20 Jan
20Jan

Herken je dat?

Dat je iets eigenlijk heel graag wilt… maar dat je tóch niet begint. Je schuift het voor je uit. Nog even niet. Morgen misschien. Of volgende week. En ondertussen voel je die lichte onrust op de achtergrond. Hoe komt dat toch?

Uitstelgedrag is geen luiheid

Wat veel mensen niet weten: uitstelgedrag is geen gebrek aan discipline.

Het is een beschermingsmechanisme van je brein. Je brein staat namelijk standaard op veiligheid en genot.

Zodra jij denkt aan iets nieuws, spannends of onbekends, scant je brein razendsnel:

👉 Is dit veilig?

👉 Doet dit pijn? En pijn hoeft niet fysiek te zijn hè.

Pijn kan ook zijn:

  • falen
  • kritiek krijgen
  • het gevoel hebben dat je het niet kunt, er niet bij hoort
  • overweldigd raken

Dus probeert je brein je te “helpen” door je weg te houden van die eerste stap. Niet omdat je iets niet wilt, maar juist omdat het belangrijk voor je is.

Automatische piloot = oude patronen

Als je dit niet doorhebt, blijf je hangen in oud gedrag.

Je blijft op de automatische piloot staan.

En die automatische piloot brengt je altijd terug naar wat bekend voelt, niet naar wat je verlangt. Je verlangen blijft roepen… maar je gedrag beweegt niet mee.

De kracht van één kleine stap

De oplossing zit niet in groots en meeslepend veranderen.

Maar in één kleine stap. Zo klein dat je brein er geen ‘pijn-alarm’ van maakt. Maar voordat je die stap zet, is er iets anders nodig.

Stap 1 - Zien en erkennen

De éérste stap is erkennen:

👉 “Ja, ik vertoon uitstelgedrag.” Zonder oordeel. Zonder jezelf af te straffen. 

Vaak ligt er iets onder dat vermijdende gedrag. Meestal komt het hierop neer:

  • Ik ben bang om te falen
  • Ik ben bang voor kritiek
  • Ik ben overweldigd en weet niet waar ik moet beginnen

Durf daar eens eerlijk naar te kijken. 

Een vraag voor jou

Als je vandaag écht eerlijk bent naar jezelf:

Waar bescherm jij jezelf tegen door niet te beginnen? Bewustwording is het begin van verandering.

Stap 2: Neem vandaag één miniscule stap

Nu je ziet en erkent dat je uitstelt, komt de tweede — en misschien wel belangrijkste — stap. Beweging.

Maar niet groots. Niet perfect. Niet alles tegelijk. Juist: minuscule beweging. Vraag jezelf niet:

“Hoe ga ik dit helemaal aanpakken?”  Maar:

👉 “Wat kan ik vandaag doen dat zó klein is dat mijn brein geen reden heeft om te protesteren?” Je brein schrikt niet van grote doelen.

Het schrikt van grote eerste stappen. Door een mini-actie te kiezen, omzeil je het pijn-alarm en laat je je brein ervaren: hé, dit is veilig. 

Een paar voorbeelden:

  • Lees één bladzijde van dat boek dat al weken op je nachtkastje ligt
  • Trek je hardloopschoenen aan en wandel een mini-rondje (zelfs 5 minuten telt)
  • Open dat document en schrijf één zin
  • Zet een timer op 1 minuut en begin — daarna mag je stoppen
  • Leg alleen alvast klaar wat je nodig hebt voor morgen

Het doel is niet om af te maken. Het doel is bewegen.En dit is wat er vaak gebeurt: zodra je eenmaal beweegt, volgt de volgende stap vanzelf.

Niet omdat het moet, maar omdat de weerstand afneemt.

Kleine stap = groot effect

Elke keer dat je een minuscule stap zet, train je iets nieuws:

vertrouwen, veiligheid, zelfleiderschap. Je laat jezelf zien:

Ik kan bewegen, ook als het spannend is. 

En dát is hoe uitstelgedrag langzaam zijn grip verliest.

Reflectievraag

Wat is één mini-actie die Ik vandaag kan doen — niet morgen, niet perfect — maar vandaag, in minder dan een minuut? Die stap is dichterbij dan je denkt. ✨

Succes lieve jij en mocht je hierbij hulp nodig hebben laat het me dan gerust weten! 


Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.