02 Jan
02Jan


Ontwaken: ineens wordt je wakker in je eigen  leven!

Dit kan soms in één keer gebeuren en als zeer intens worden ervaren en daardoor niet voor iedereen wenselijk. Maar voor de meesten mensen voltrekt het proces van ontwaken zich geleidelijk en gedurende het leven zelf. Het is geen moment, maar een proces. En ja ook zijn er mensen die helemaal prima zijn met hun leven nu en dat is ook okay! 

Voel je echter eenmaal iets knagen, zo van iets klopt er niet, dan start je zelfonderzoek. 

Ontwikkelen speelt hierin een essentiële rol. 
Ontwikkelen betekent loskomen van wat je is aangeleerd: waarden, normen, overtuigingen en ideeën die je onderweg hebt overgenomen en opgeslagen in je onderbewuste. Veel daarvan is helpend en waardevol, dat mag blijven. Maar er ligt vaak ook veel opgeslagen wat niet meer dient, wat belemmert of lijden veroorzaakt. 

Omdat deze patronen en overtuigingen grotendeels van buitenaf zijn meegegeven, zoeken we verlichting in het begin ook vooral buiten onszelf. Dat is logisch; we weten niet beter. 

Toch ligt de sleutel niet in de buitenwereld, maar in de binnenwereld, waar al deze ‘bestanden’ zijn opgeslagen. Ontwikkelen vraagt daarom om opschonen. Om kijken, voelen en doorzien wat daar ligt. Dat is geen snel of comfortabel proces. Het vraagt moed, eerlijkheid en de bereidheid om door ongemak heen te gaan — ja, soms door de shit, met kans op vieze voeten. 

Voor de meeste mensen verloopt ontwaken dan ook langzaam, stap voor stap, via ont-wikkeling. Niet door iets toe te voegen, maar door laag voor laag los te laten wat niet werkelijk is. En precies daar ontstaat een essentiële vraag:

Wat is dan wél werkelijk waar, en wat niet? 

Zolang dit onderscheid niet helder is, blijven we zoeken, vasthouden en lijden. 

Ontwikkeling begint daarom bij leren zien wat WAAR is en wat NIET WAAR is: illusie. 
Alles wat kapot kan gaan is NIET WAAR! 

Ja, echt alles.

Waarden zijn wel WAAR. 

Nu kun je natuurlijk iets wel WAAR vinden: “ik zie het toch, ik voel het toch!”

Jazeker. Maar precies hier begint je eigen onderzoek.

Laat me het verder toelichten.


De 4 stadia van verlichten van het lijden. 


1.  Je verhaal dat je gelooft en leuk is. 

Ik heb een hele mooie relatie! En ja, dat voel ik ook! Super fijn, houdt dat vast. Je kan het vinden als waar en ja je voelt het ook. Dit is jouw waarheid. 

Totdat iemand het ineens uitblaast en je verlaat. Het olifantje, weet je nog? Nu ineens is jouw waarheid over de relatie niet meer waar! 

Dit wil niet zeggen dat we nu niet meer een nieuwe relatie moeten beginnen. Nee blijf er zeker voor in, geloof het als het voor jou goed is. We observeren alleen en worden ons bewust van alles wat er rond ons heen zich afspeelt. 

En zo zien we dus ook dat werkelijk bijna alles vergankelijk is en ‘kapot’ kan gaan. Een boom is waar, maar kan ook dood gaan. Ofwel: niet waar. 

Volg je me nog? Ja, ik weet het, dit is even een ander perspectief en wellicht heftig, maar volg me nog even.
Zo bestaan er dus miljarden mensen met miljarden waarheden. En het vervelende hiervan is ook nog eens, dat iedereen zijn eigen waarheid wil verkondigen. Gekkenwerk toch? 

Maar even terug naar jouw waarheid: 
Welk verhaal / waarheid heb jij? Totdat het stopt…

In deze 1e fase zoeken we het geluk buiten onszelf. Je gelooft dus je eigen verhaal. 

En hier ontstaat een kantelpunt.

Op een gegeven moment merk je dat elk verhaal — hoe mooi, waar of kloppend het ook voelt — kwetsbaar is. Het kan veranderen, verdwijnen of geraakt worden door iets van buitenaf. Dat besef brengt vaak verwarring of pijn, maar het opent ook iets nieuws. Je begint te zien dat het lijden niet zozeer ontstaat door wat er gebeurt, maar door hoe sterk je je vereenzelvigt met het verhaal erover. Niet het verlies, de verandering of de situatie zelf is de kern, maar de identificatie ermee: dit is wie ik ben, dit is mijn waarheid

Wanneer die herkenning ontstaat, verschuift de aandacht vanzelf. Niet langer naar wat er buiten je gebeurt, maar naar wat er in jou gebeurt. En dát is het begin van de volgende fase.   


2. Vrij van identificatie

Er gebeurt iets, maar ik heb er geen last van. Niet omdat het niets met me doet, maar omdat ik zie dat wat er gebeurt niet is wie ik ben. Het is een verhaal. 

Identiteit blijkt een bouwsel te zijn: een verzameling verhalen, ideeën, waarden en karaktereigenschappen waarmee ik mij ben gaan identificeren. Zo heb ik mezelf leren kennen. Zo dacht ik: dit ben ik

In deze fase ontstaat er afstand tussen wat je ervaart en wie je denkt te zijn. Je merkt: ik héb gedachten, gevoelens en verhalen, maar ik bén ze niet. Dat wat waarneemt, staat los van wat er gebeurt. De aandacht verschuift naar binnen. 

Niet om daar iets nieuws te maken, maar om te ontdekken wat er al is wanneer je de verhalen loslaat. Je gaat niet langer op in het verhaal, maar kijkt ernaar. En dan ontstaat er ruimte. 

Dit is waarom dit de tweede fase van verlichting wordt genoemd: je komt los van identificatie. 

Het lijden vermindert niet doordat de omstandigheden veranderen, maar doordat je er niet meer volledig wordt opgezogen door het verhaal en het geloof erin. Het zoeken naar geluk buiten jezelf valt weg. Je begint het geluk, of de rust, in jezelf te herkennen. Niet als iets dat je moet vasthouden, maar als iets dat aanwezig is wanneer je niet meer samenvalt met je verhaal. 

En toch…
Hier schuilt een subtiele valkuil. Want wanneer de identificatie met verhalen wegvalt, kan er een nieuwe neiging ontstaan: het verlangen om deze staat vast te houden. Om vrij zijn ook weer te begrijpen, te bereiken of te beschermen. En zo gaan we ongemerkt opnieuw zoeken, maar nu in een andere vorm. Dat brengt ons bij de volgende fase. 

3.  Vrij van het zoeken hierna

In deze fase valt het zoeken weg.

Niet alleen het zoeken buiten jezelf, maar ook het zoeken naar innerlijke heling, inzichten of bijzondere ervaringen. Je ziet dat het zoeken steeds dezelfde beweging heeft: eerst buiten jezelf, daarna binnen jezelf. Maar zolang zoeken gedreven wordt door het verlangen dat het anders moet zijn dan het nu is, blijft er onrust. 

Juist hier kan spiritual bypass ontstaan. Het zoeken lijkt gestopt, maar verplaatst zich subtiel. Niet meer via prestaties of relaties, maar via spiritualiteit, bewustzijn of heling. Het spirituele wordt dan gebruikt om pijn, ongemak of kwetsbaarheid niet echt te hoeven voelen. 

Ik wil hier benadrukken dat dingen als familieopstellingen, regressies, ceremonies of andere vormen van innerlijk werk op zichzelf niet verkeerd zijn. Ik doe ze zelf ook 😉. Ze kunnen waardevolle inzichten geven, iets zichtbaar maken wat eerder verborgen was, en beweging brengen waar het vastzat. Stop daar dus niet zomaar mee. 

De uitnodiging zit niet in stoppen, maar in bewust worden. Wanneer worden deze vormen gebruikt om werkelijk te kijken en wanneer worden ze ingezet om weg te blijven bij wat zich nú aandient? Dat zie je wanneer mensen blijven zoeken naar oorzaken in vorige levens, steeds opnieuw opstellingen doen, of van ceremonie naar ceremonie gaan — ayahuasca, cacao, retraites — in de hoop dat dit het laatste stuk zal oplossen. Elk inzicht voelt even bevrijdend, maar al snel ontstaat er weer een nieuw verhaal, een nieuw probleem dat aandacht vraagt. 

Het zoeken stopt hier niet omdat alles opgelost is, maar omdat je doorziet dat zoeken zelf het lijden in stand houdt.

Er hoeft niets meer toegevoegd te worden. Geen nieuw verhaal. Geen nieuwe verklaring. Maar stoppen met zoeken betekent nog niet dat alles verdwenen is.

En precies daar opent zich de volgende fase. 


4.  Realisatie

In deze fase ga je niet meer weg van de pijn.

Je blijft. Je gaat zitten met wat er is. Met het ongemak, de leegte, het verdriet, de angst of de onrust. Zonder het te verklaren. Zonder het te willen oplossen. Je laat het toe. Niet één keer, maar telkens opnieuw.

Elke dag weer zie je het onder ogen. Je ontmoet het. Je blijft erbij. Je merkt dat je systeem het liefst weg wil: begrijpen, oplossen, verbeteren, verdoven. Maar dat doe je niet meer. Je laat de pijn er zijn, precies zoals ze zich aandient. 

En door dat blijven, door dat niet meer vluchten, gebeurt er iets wezenlijks: je zakt erdoorheen

De pijn verliest haar scherpe rand. Niet omdat ze weggaat, maar omdat je er niet meer tegen vecht. Wat eerst zwaar en onverdraaglijk leek, wordt dragelijk. Er ontstaat ruimte. Zachtheid. Je voelt je er op een gegeven moment zelfs senang bij. Is dat niet raar?

Niet omdat het fijn is, maar omdat het geen probleem meer is. 

Dit is realisatie:

Niet het begrijpen van de pijn,

maar het volledig toelaten ervan,

totdat ze haar macht verliest. Hier hoeft niets meer te gebeuren.

Het leven mag zijn zoals het is.

En jij ook.


Bron: Edwin Sely – De laatste hypnose

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.